Tips voor voorbereiding en uitvoering

    Vooraf

 
    Wat mee te nemen op het natuurijs

Touw en priem 

Het belangrijkste voor de veiligheid op natuurijs is dat je een veiligheidsset bij je hebt. Als je zelf of een ander door het ijs zakt het je maar weinig tijd om je zelf of die ander te redden. Zie verder. 

De kleding

Goede kleding moet niet worden verward met heel warme kleding. Natuurlijk moet de kleding die tijdens het schaatsen op natuurijs wordt gebruikt warm zijn. Maar kledingstukken, met name sokken, die te warm zijn, zorgen voor veel zweet. Het zweet koelt vervolgens af. Hierdoor kan uiteindelijk bevriezing van de lichaamsdelen ontstaan.
Verder kan beter een extra kledingstuk worden aangetrokken tijdens het schaatsen, dan een kledingstuk uitgetrokken. Wanneer een kledingstuk wordt uitgetrokken, is het tot dan toe te warm geweest. Daardoor wordt er veel gezweet en dit koelt af na het uittrekken van het kledingstuk.
Om er voor te zorgen dat het zweet wordt afgevoerd voordat het kan afkoelen is vochtregulerende (onder)kleding van belang.

De isolatiedeken

De isolatiedeken komt van pas wanneer iemand door het ijs is gezakt. Om een te snelle en te grote afkoeling te voorkomen wordt de isolatiedeken gebruikt. Deze zorgt ervoor dat de lichaamswarmte niet verloren gaat in de buitenlucht, maar bewaard blijft in de nabije omgeving van het lichaam. Hierdoor wordt afkoeling zo veel mogelijk voorkomen.

Daarnaast is het belangrijk natte kleding zo snel mogelijk te vervangen door droge kleding. Denk niet dat je de natte kleding wel opwarmt. Dat is niet het geval.


         IJS

Dikte van het ijs

De kwaliteit, hardheid en kleur van ijs kunnen zeer verschillend zijn. De meest gestelde vraag is dan ook: wanneer is ijs betrouwbaar? KNSB-toertochten worden georganiseerd als er een ijsvloer van minimaal 10 centimeter ligt. De Elfstedentocht gaat door bij 16 centimeter ijs. Bij gezond ijs is voor minder grote aantallen schaatsers ongeveer 6 cm voldoende. Let wel: het ijs kan in dikte en sterkte op korte afstand sterk verschillen.

 Kleur van ijs

Zwart ijs lijkt eng, maar is meestal het sterkst en het taaist. Als het dun is kraakt het vaak en er komen veel scheuren in, maar het duurt heel lang voordat het helemaal breekt. Vuilwit sneeuwijs is veel brosser en breekt veel eerder zonder kraken. Bij wakken is dit anders. Zie verder. 

Dooiend ijs wordt dof en kan minder gewicht dragen dan vriezend ijs, dat glanst. Zie je de kleur in de loop van dag veranderen, dan kan het gevaarlijk worden.

Sneeuw op het ijs maakt het heel lastig om de sterkte van het ijs in te schatten. In het donker of bij mist is dat ook het geval. Evenals bij schaatsen tegen een laagstaande zon in. De zon gaat onder in het westen, de wind komt bij vriezend weer uit het oosten. De laatste tocht, een beetje rozig van een mooie dag schaatsen, windje in de rug met de lage zon, in de ogen kan heel verraderlijk zijn.

   

Verschillende plaatsen

Maar ook al is het ijs in het algemeen betrouwbaar, er blijven altijd plaatsen waar voorzichtigheid geboden is. Bij rietkragen zal er veel zonne-instraling opgenomen worden en zal het ijs daarnaast dunner zijn. Bij (dichtgevroren) vaargeulen en kistwerken op de meren kunnen er dikke stukken ijs afgewisseld zijn met hele dunne. Bij bruggen, aan de zonnekant bij de wal en op plaatsen waar veel vogels zitten of gezeten hebben is het oppassen geblazen. Bij lozing bij fabrieken of door onderstroming kan het ijs ter plekke een stuk dunner zijn dan even terug. Onderstroom bijvoorbeeld door gemalen maakt dat het ijs van onderaf dunner wordt, ook als het stevig vriest.

Windwakken zijn plaatsen die door de wind langer zijn opengehouden. Het binnenste deel met vaak mooi glad en zwart ijs is (veel) dunner dan de kant waar de wind de ijskristallen naartoe heeft geblazen. Omdat het meestal vriest bij noord/oosten wind is dus de zuidwest kant meestal het sterkst. Daar zie je vaak een grote, brede rommelige rand van geel/wit ijs.

De veiligste plekken zijn in het algemeen uiterwaarden (en andere ondergelopen stukken land), ondiepe bosvennen, landijsbanen en smalle boerensloten.

De gevaarlijkste plekken zijn brede vaarten, die onregelmatig en later dichtvriezen, grote meren, plekken met veel watervogels, windwakken en water dat diep is of waar stroming is.

Als je op het ijs bent

Let op borden, aanwijzingen en afzettingen. Ga niet alleen op pad en schaats niet in het donker. Schaats niet te snel op stukken die je nog niet kent. Hou voldoende afstand van elkaar. Bedenk dat ijs aan de walkant waar de zon op staat altijd zwakker is. Let extra op bij bruggen, begroeiing, watervogels en kistwerken. Pas op voor windwakken. Wees extra alert op plekken waar waterwegen samenkomen en waterinlaatplaatsen van gemalen. Let op kleurverandering van het ijs. Wees bij een laag sneeuw extra voorzichtig: de onderlaag is volkomen onzichtbaar. Ga bij twijfel altijd terug. 

Als je zelf of een ander door het ijs zakt

Ook bij alle voorzorgsmaatregelen en voorzichtigheid gaat het soms mis op natuurijs. Natuurijs blijft onvoorspelbaar. Het komt regelmatig voor dat schaatsers op natuurijs in een wak terechtkomen. Veel mensen hebben jammer genoeg voor een dergelijk moment geen reddingsmiddelen bij zich. Reden hiervoor zijn een aantal misverstanden die leven onder schaatsers.

Het eerste misverstand in dat wordt gedacht dat het uit een wak klimmen even makkelijk is als erin komen. Dit is niet zo. Het natte ijs aan de rand van een wak is zeer glad. Je hebt dus geen grip. Bovendien brokkelt de rand van het dunne ijs makkelijk af.
Het tweede misverstand is de gedachte: ‘ik kan toch zwemmen’. Natuurlijk is dat erg handig. Maar het grote gevaar is niet de verdrinking, maar de onderkoeling. In het koude water treedt onderkoeling binnen enkele minuten op. Door onderkoeling neemt de controle over de spieren af en wordt zwemmen onmogelijk. Dus moet je zo snel mogelijk uit het water zien te komen. Neem daarom altijd de veiligheidsset (touw en priem) mee. De veiligheidsset is voor uw eigen veiligheid en de veiligheid van anderen. De set weegt slechts 120 gram en is zeer compact. De veiligheidsset bestaat uit een ijspriem en een werpkoord. Met de ijspriem kun je jezelf uit een wak trekken. De ijspriem wordt om de nek gedragen en is afgeschermd om bij valpartijen verwondingen te voorkomen.

Ook nadat je weer op het ijs bent geklommen is het belangrijk om zo snel mogelijk de afkoeling te stoppen. Trek dus zo snel droge kleding aan. Denk niet dat je natte kleding door je lichaamswarmte warm krijgt.

Als u in een wak ligt komt u met behulp van de priem weer makkelijk op het stevige ijs. De ijsrand is waarschijnlijk het dikst aan de kant waar u vandaan kwam, tenslotte hield het ijs daar nog wel. Ga dus terug. Uit een wak op het ijs klimmen is heel lastig zonder een scherp voorwerp om greep op het ijs te krijgen. Het ijs is nat en glad en je bent zelf nat en glad. Met een ijspriem is het heel makkelijk om uit het wak te komen, te meer omdat je min of meer op dezelfde hoogte ligt als het ijs. Dat betekent dat je maar weinig kracht hoeft uit te oefenen. Je slaat de priem in het ijs zo ver mogelijk van je weg. Hetzelfde ijs waar je verticaal doorheen zakt is in het horizontale vlak voldoende sterk. Omdat je makkelijk glijdt is en je niet echt omhoog moet is er maar weinig kracht nodig om uit het wak te komen. Je trekt je met de eerste haal tot op je middel op het stevige ijs en met een tweede haal bent je ver genoeg om verder van het wak weg te rollen. Er bestaan sets met twee priems. Twee priems zijn niet nodig. De ervaring leert dat één priem voldoende is. Dan heb je bovendien je andere hand vrij om kleren die nat geworden zijn en in de weg zitten weg te schuiven of iets dergelijks. Een tweede losslingerende priem kan gevaar opleveren. Belangrijk is dat je snel bij je priem kan en dat als hij in de hektiek uit je handen valt je hem via een verbindingskoordje weer terug kan vinden. 

 

Heb je je met de priem op het ijs getrokken, schuif op je buik weg van het wak. Wanneer je op enige afstand van het wak bent kun je weer proberen te gaan staan. Dichtbij het wak zal het ijs vaak te dun zijn.

Dé angstvraag is altijd: waar moet je naar toe zwemmen als je onder het ijs geschoten bent? Ter geruststelling: het zal maar heel weinig voorkomen dat je onder het ijs terechtkomt. Mocht dat toch het geval zijn: zoek dan naar het verschil. Ligt er sneeuw op het ijs, dan zal het ijs donkerder zijn dan het wak. Is het mooi zwart, dus doorzichtig ijs, dan zal het wak met het bewegende water er donkerder uitzien.

Wat doe je als een ander door het ijs is gezakt. 

Denk altijd om uw eigen veiligheid. Blijf op afstand van het wak. Wanneer je ook zelf in het water komt te liggen wordt het probleem alleen maar groter. Wees ook hier weer beducht voor onderkoeling. Waar je ’s zomers nog een drenkeling na kan springen is dat in de winter erg riskant. 

Met het werpkoord kun je gemakkelijk een ander uit een wak trekken. Het werpkoord is door zijn flexibele handvat gemakkelijk in een broek of jas mee te nemen. Je rolt het werptouw uit, neemt de lus in de ene hand en scheert het touw met een paar ruime lussen weer op. Dan gooi je de kant met het rubberen handvat naar de drenkeling toe. Als de drenkeling het handvat vastgepakt heeft, roep je hem toe horizontaal in het water te gaan liggen en met zijn benen zwembewegingen te gaan maken. Tegelijkertijd trek je aan het touw. Zorg ervoor dat de drenkeling niet te dicht bij het wak weer op het ijs gaat staan.

Bind indien nodig meerdere reddingslijnen aan elkaar of bind er een sjaal, jack of lange broek aan.Verzwaar het gooi-einde met bijvoorbeeld een schaatsbeschermer om het gooien te vergemakkelijken.

  

Op de schaats in natuurgebieden

In Nederland zijn veel natuurterreinen. Zij worden vaak beheerd door Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Provinciale Landschappen. In verschillende natuurgebieden is het toegestaan op natuurijs te schaatsen. Terreingedeelten die normaal afgesloten zijn, zijn dan wel toegankelijk. Soms zijn er uitgezette tochten. Nederland laat zich dan op een heel bijzondere manier zien. Schaatsen tussen vossen, herten en achtergebleven watervogels. De paar duizend schaatsers doen in een ijsperiode weinig kwaad in zo'n natuurterrein. Er zijn echter wel regels waar iedereen zich aan te houden heeft. Tijdens ijs- en sneeuwperioden hebben dieren het moeilijk. Vermijd daarom rustgebieden, rietkragen en voerplaatsen. Voeder de dieren niet. Parkeer je auto bij de opstapplaatsen op de aangegeven parkeerterreinen en blokkeer geen doorgaande routes. Honden moeten aan de lijn! Betreed de oevers alleen daar waar het is toegestaan en neem afval mee of deponeer het in eventueel aanwezige afvalbakken.
Omdat er onderlinge verschillen zijn, kunnen voor bepaalde terreinen bijzondere regels gelden. Let dus op de bordjes/aanwijzingen ter plaatse. Toegang tot alle natuurterreinen geldt alleen tussen zonsop- en zonsondergang. Wil je meer weten over de natuurgebieden in Nederland? Kijk dan op de site van
Natuurmonumenten.


    De Natuurijsveiligheidsset

De natuurijsveilgheidsset bestaat uit een veilig opgeborgen maar makkelijk te pakken priem en een werptouw. De set is compact en licht (120 gram).

Een mens kan het steenkoude water vlak onder het ijs niet echt lang verdragen. Dus snelheid is geboden. Vandaar dat het belangrijk is om reddingsmiddelen bij zich te hebben. Zorg ervoor dat u de veiligheidsset bij uw schaatsen heeft liggen, zodat u de set niet vergeet mee te nemen op natuurijs. Eigenlijk is het meenemen van een veiligheidsset even vanzelfsprekend als het dragen van de veiligheidsgordel in een auto.

Op het ijs heb je werptouw en ijspriem altijd bij de hand om direct te kunnen gebruiken. Door de dop op de ijspriem kun je deze veilig om de nek dragen (zie foto) . Het werptouw berg je op in een jaszak waar je eenvoudig bij kunt, of je draagt de priem bovenop je kleren. Je moet het touw zo opbergen dat het niet in de knoop komt te zitten. Handig is bijvoorbeeld om het in het plastic sluitzakje te laten zitten.

Om ervoor te zorgen dat je weet hoe je moet reageren op het natuurijs, is het zeer verstandig een aantal malen eerst thuis “droog” te oefenen.

Met het werptouw kan je iemand die in een wak is geschaatst of door het ijs is gezakt, uit het koude water halen. Door het ene uiteinde van het touw toe te werpen naar het slachtoffer en het andere uiteinde zelf vast te houden is het mogelijk een drenkeling uit het water te halen. Het benaderen van het slachtoffer over het ijs is af te raden. Het ijs is aan de rand van een wak meestal dun en zeer breekbaar. 

Het redden van de ander moet dan ook geschieden zonder dat de eigen veiligheid in gevaar komt.

Met de priem die om de nek, over de kleding gedragen wordt kan je jezelf op het droge trekken. De priem is eenvoudig uit de beschermende huls te halen. Daarna kan de punt van de priem in het ijs gestoken worden. En zo kan de weg naar het droge worden gezocht.

                        Lees de gebruikshandleiding!!!

NB De Stichting Veilig Natuurijsverkeer aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade welke direct of indirect wordt veroorzaakt door de natuurijsveiligheidsset.