door Theo Heuzen
'In
Memoriam Wim Honig, penningmeester van onze schaatsclub' was bijna de
titel van dit stuk geweest. Met heel veel geluk en verdomd weinig
wijsheid is dat godzijdank niet het geval.
Wat neem je op
natuurijs mee? Veel mensen zijn al blij als ze hun portemonnee en hun
schaatsbeschermers niet vergeten zijn. Anderen zijn verstandiger. Zij
hebben in een rugzakje naast de beschermers een extra trui, een
kaart, schoenen om te klunen, pleisters tegen blaren, en vooral veel
brood en zoetigheid en soms ook een bidonnetje drinken.
Ja, daar
wordt zorgvuldig over nagedacht. Zo wordt er ook zorgvuldig afgewogen
of er een stuk touw en een priem nodig zijn. Een touw: weg te stoppen
in de binnenzak van een trainingsjack of de achterzak van een
fietsshirt. Een priem: om je nek te hangen. Of je deze 125 grammen
extra meeneemt met je schoenen en je brood en je bidon en je trui
enzovoorts is een grondige risicoanalyse waard, dat is duidelijk. Met
name de priem wordt bij deze overwegingen veel zwaarder, want het is
natuurlijk een beetje lullig om zo'n ding mee te nemen; een beetje
erg overdreven, nietwaar? Vooral als je gezellig met een clubje op
stap bent, de zon schijnt en half Nederland op het ijs is. Wanneer
wordt een priem meegenomen? Zo'n priem is toch onzin! Hoe vaak kom je
nou eigenlijk in een wak terecht zonder dat je er op eigen kracht uit
kan komen of dat er iemand is om je er met een touw uit te halen?
In
Zweden is het voor vissers verplicht een houder met twee priemen bij
zich te hebben als ze het ijs opgaan. En die vissers zoeken met name
ouder en dus dikker ijs en lopen het liefst zo weinig mogelijk meters
vanaf de auto naar een plek om een viswak te hakken.
Wanneer
wordt een touw en priem meegenomen? Bij de risicoanalyse ten behoeve
van een beslissing hierover worden heel wat factoren door onze
denkers doorgerekend.
-'Ik
neem altijd een touw en priem mee als het ijs gevaarlijk is.'
En
als ik geen touw bij de hand heb, is het ijs, oh wonder, ineens een
stuk minder gevaarlijk.
Een nieuw stuk ijs is minder gevaarlijk
als ik al op stukken ijs geweest ben die er hetzelfde uitzien. Toch?
Of niet soms?
Naarmate er meer mensen over een stuk ijs gegaan
zijn, wordt het ijs steeds betrouwbaarder. Niet dan? Of niet soms?
-'Ik
ga alleen op uitgezette tochten.'
Behalve
die keer, toen we een andere mooie route zagen en mijn maatjes die
per sé wilden nemen. En ja, toen we de auto een kilometer
verderop moesten parkeren, zijn we wel even op een ander punt
opgestapt.
Bij uitgezette tochten rij ik ook nooit met de ('s
winters altijd laag staande) zon in de ogen, met het windje in de rug
al soezend bijna een eendenwak in.
Ik ben ook nooit een beetje
laat uit een café gekomen of wat langer onderweg geweest door
tegenwind en heb ook nooit het laatste stuk met al die mooi afgezette
wakken in het duister gereden.
Ik heb ook nog nooit meegemaakt dat
op een meer op de terugweg er ineens door wind- en waterwerking een
'gracht' van een paar meter ontstaan was.
-'Ik
hoef geen touw of priem mee te nemen. Dat doet mijn maatje.'
Daar
zal dat maatje erg blij mee zijn als hij/zij zelf in een wak rijdt.
Deze en nog vele andere overwegingen houden de denkende schaatser bezig. Ik heb altijd de grootste bewondering voor diegenen die ’s morgens vroeg zo'n grondige analyse weten te maken en precies weten wat zij zelf, wat anderen, wat het ijs en het weer gaan doen die dag. Daarvoor ben ik een beetje te lui, maar misschien wel gewoon te dom. Ik weet dat soort dingen niet zo precies van tevoren. En zoals mijn vader al zei: ‘Wie zijn hersens niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken.' En dus sjouw ik standaard al die 125 grammen met me mee. Als er geen beton onder het ijs zit, maar water, gaan de priem en het touw altijd mee. Beter 'mee verlegen' dan 'om verlegen.'
Vandaag niet
door Theo Heuzen
Iemand
vertelt over de Westeinderplassen een paar jaar geleden. Hij ziet hoe
twee schaatsers in een windwak rijden. Ze proberen eruit te komen. In
paniek slaan ze elkaar bijna knock-out. Het ijs brokkelt af. Ze komen
er niet uit. De verteller kan niet dichtbij komen. Hij rijdt een eind
terug om met een schaats een stuk touw van een boot af te snijden.
Als hij terugkomt kan hij nog net één van de twee
schaatsers uit het wak halen. De ander verdrinkt voor zijn
ogen.
Sindsdien,
zegt hij, heeft hij altijd een touw bij zich. 'Vandaag ook?', vraag
ik. (Ik was zelf twee uur van tevoren door het ijs gezakt.)
'Nee,
vandaag niet.'
door Martin Breedijk
Daar
ga je dan; op pad voor je eerste natuurijstocht van de winter. Op de
ijsbaan nog een paar niet te stoppen natuurijsenthousiastelingen
opgepikt die wel een tochtje wilden rijden. En ook meteen een priem
en touw meegenomen in het kader van de actie "Een priem om je
nek, helemaal niet zo gek". Tijdens deze tocht werd er driftig
gefilosofeerd over hoe het zou voelen als je door het ijs zakte en
meer van dat soort existentiële vragen. Ik vroeg me onder andere
naar aanleiding van de begeleidende tekst af of je wel kon water
trappelen met je schaatsen aan. Ik heb zelfs even overwogen om mijn
schaatsen 's avonds mee te nemen naar het zwembad (als triatleet heb
je in de winter ook te maken met water in ontdooide vorm).
Het
werd een heerlijke tocht zonder al te grote problemen.
Zondags
wilde ik vroeg gaan schaatsen. Ik had geen maatje kunnen vinden en
was in mijn eentje naar Holysloot gegaan. Daar was eerst niemand te
zien. Toen ik al bijna besloten had om maar op de ijsbaan van
Ouderkerk te gaan schaatsen zag ik ze, schaatsers!
Snel de ijzers
onder gebonden en op pad. Via Zuiderwoude naar Monnickendam. Daar
aangekomen even richting Gouwzee. In de bocht stonden geen auto's;
dus maar weer omgekeerd en aan de linkerkant over een vrij klein
slootje langs Monnickendam. Aan een schaatser die van de andere kant
kwam gevraagd of je die kant op kon schaatsen. Volgens deze meneer
kon je helemaal naar Leek en Broek in Waterland als je dat wilde.
Alleen moest je bij de komende brug even uitkijken, daar kon je niet
onderdoor. Dat leek mij geheel logisch want dat was bij alle bruggen
zo.
Bij de bewuste brug aangekomen remde ik op zo'n 5 meter
afstand af om de situatie goed in ogenschouw te nemen. Links was een
klein slootje waar je nog een stukje verder kon en rechts van de brug
stonden sporen van het op- en afstappen van het ijs. Terwijl ik even
rustte keek ik nog eens goed om me heen, ik stond er nu toch al zeker
45 seconden.
Opeens voel ik iets vreemds aan mijn linkerschaats.
Ik kijk en zie zo mijn voet in het water verdwijnen. En nog voordat
ik een poging kan wagen om mijn rechterschaats van de ondergang te
redden verdwijnt ook deze in het water, gevolgd door de rest van mijn
lichaam tot aan mijn borst (met de armen gestrekt op het ijs).
Daar
lig je dan, voor het eerst van je leven door het ijs gezakt, wat doe
je dan? Je schrikt enorm en denkt: 'Oh nee, toch niet'. Vervolgens
begin je heel zwaar te ademen/hijgen en driftig met je benen te
werken en met je armen aan het ijs te trekken. Maar dat ijs brokkelt
alleen maar verder af.
Pas
na 5 a 10 sec. (voor
mijn gevoel; exact weet ik het natuurlijk niet) drong het besef tot
mij door dat we voor dit soort situaties nou juist zo'n priem hadden
gehad. Bliksemsnel ging ik tot actie over: Jas klein stukje
openritsen, zoeken naar de priem, vervolgens uit de dop trekken (na
deze handeling moest ik me even concentreren op welk deel precies in
het ijs moet), vervolgens de priem met kracht in het ijs "rammen"
en trekken. En je bent er in één keer uit.
Meteen
een wanhoopssprintje naar de kant getrokken en erop gesprongen.
Terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik nu snel moest proberen om
een warme douche te vinden. Ik was aan de achterkant van huizen
beland. Terwijl ik mij in de richting van het eerste huis begaf
bedacht ik me opeens dat ik wel de hoezen om mijn schaatsen moest
doen (dus met een priem kom je zo snel uit een wak dat je al je
verstandelijke vermogens nog behoudt).
Bij het eerste huis waren
de gordijnen dicht. Naar het volgende. Een verschrikte mevrouw kijkt
mij aan, en ik vraag (schreeuw) dat ik naar binnen wil omdat ik door
het ijs ben gezakt. Mevrouw verdwijnt om na 1 minuut nog steeds niet
terug te keren. Dus ik weer op pad. Ik vind een paadje en kom aan de
voorkant van huizen. Daar zie ik een hele familie achter het raam en
ren er in grote vaart op af (wereldrecord klunen?). Ik zie eerst
lachende gezichten: 'wat doet die nu raar', maar bij dit huis blijkt
men de situatie wel snel in de gaten te hebben. De deur gaat open, en
als ik binnen sta krijg ik het opeens koud (wat kan adrenaline toch
een hoop onderdrukken), ik word meteen geholpen en binnen de minuut
sta ik onder douche. Onder de douche realiseer ik me dat deze mensen
net op het punt stonden zelf te gaan schaatsen met twee kinderen.
Gelukkig houden ze geen trauma over aan deze vreemde man met enge
verhalen. Ze vragen zich alleen af hoe hun vader de kleren terug
krijgt die hij aan mij af staat.
Nadat ik onder douche heb gestaan
krijg ik kleren van de heer des huizes en koffie van mevrouw. Vader
en de kinderen gaan schaatsen. Ik geef hem meteen mijn priem mee en
zeg dat we die wel weer terug ruilen met de kleren (de priem heb ik
samen met het touw uiteindelijk cadeau gedaan als dank voor alle
hulp). Na verder te zijn opgewarmd brengt moeder, die toch niet ging
schaatsen, mij naar mijn auto in Holysloot.
Wat kunnen wij nu van
dit verhaal leren (de zogenaamde moraal): 1) Watertrappelen met
schaatsen is mogelijk, 2) Een priem werkt super als je er maar aan
denkt om hem te gebruiken en dus ook altijd mee te nemen, 3) Ga nooit
alleen schaatsen, hulp is altijd meegenomen b.v. als je niet in
Monnickendam bent maar midden op de Gouwzee, 4) Vertrouw nooit teveel
op ongetoetste informatie van anderen en 5) Bij vreemde
gewaarwordingen aan een van je schaatsen: Maak dat je weg komt voor
het te laat is. Ik wil dit alles besluiten met een mooie
Oud-Hollandse spreuk: Vergeet in alle wakken nooit je priem te
pakken.